Senseo is het absolute dieptepunt

Hippe espressobars duiken overal op in Belgische steden

Ach, hadden wij Nederlanders maar zulke goede kranten als de Belgische krant De Standaard. Tip: Ik haal hem binnen via iPad en kan dus iedere dag genieten van dat volkomen fraaie Nederlands dat onze Zuiderburen bezigen. Vandaag stonden er weer meerdere pareltjes in deze eerbiedwaardige krant. Prachtig is het artikel over de opkomende third wave in België.
Hasselt, Gent en natuurlijk Antwerpen passeren de revue. En Rob Berghmans uitspraken laten aan duidelijkheid niets te wensen over: 'Senseo is het absolute dieptepunt'.

Oh ja, mis zeker deze video over Antwerpen niet!

Een wit kopje op een schoteltje. Slappe koffie, een mignonette van Côte d'or, suiker en een Nutroma-melkje. Eventueel een koekje. Zo kent de Belg zijn koffie. Maar nu schieten overal hippe espressobars als paddestoelen uit de grond. En daar wordt een heel ander soort zwart goud uit de machines geperst.

‘Zijn jullie al geopend?' vraagt een nieuwsgierige voorbijganger die de deur op een kier duwt. Het bordje ‘opening vrijdag' krijgt op deze dinsdagmiddag opvallend weinig aandacht. ‘Kom binnen,' antwoordt Marc Vandebroek (44) van achter zijn fonkelnieuwe toog. ‘Open zijn we nog niet, maar koffie krijg je wel.' De vroege klant is lang niet de eerste die het hoofd binnensteekt, want nieuwsgierigen druppelen al dagenlang binnen in King Kong Coffee, een nieuwe espressobar in de Hasseltse Maastrichterstraat, op een boogscheut van de Grote Markt. Met het gigantische King Kong-hoofd op de muur ademt de zaak een hippe sfeer. Trommels van wasmachines zijn er lampenkappen, wifi is er gratis, eten staat er niet op de kaart. Hier draait het om de koffie.

In de Limburgse hoofdstad (Hasselt (MvdJ)) lijkt er wel een koffierevolutie gestart. Want tot een jaar terug was er in de hele stad geen espressobar te vinden. Ondertussen is King Kong Coffee al de vijfde op rij, en dat voor een stadscentrum met een diameter van amper een kilometer. Mensen van alle leeftijden troepen er samen. Er is vaak meer volk te vinden dan in de cafés aan de overkant.

‘Het is een inhaalbeweging', denkt Marc. In andere Europese landen, Scandinavië voorop, tref je koffiebars aan op zowat elke straathoek van elke stad. Niet zo in België. ‘Misschien is de Belg toch nog wat meer gehecht aan zijn rood pakje koffie van thuis.'

De bebaarde barista is al jarenlang een koffiefreak pur sang. Eentje die zelfs thuis zijn eigen koffiebonen roosterde, op een gasvuurtje in de tuin. In de traditionele horeca bleek een degelijk espressoshot toen onvindbaar. ‘Voor goede koffie moesten we steeds naar Antwerpen rijden', zegt zijn vrouw, Gemma Leenen (44). Zo werd het duo er kind aan huis in de hippe koffiebar Caffènation. Die zaak inspireerde Marc om zijn job als magazijnier op te geven voor een bestaan tussen de koffiebonen. ‘Voor het eerst in mijn leven had ik het gevoel: dit is wat ik écht wil doen.'

Al bleek plots dat hij niet alleen stond met zijn idee. Want ondertussen schoten er in Hasselt al andere espressobars uit de grond. ‘En toen ik hoorde wie ermee bezig was, borg ik mijn plannen weer op. Tot ik dit pand tegenkwam. Als de passie er is, dan hou je die niet tegen.'

Marc vreest de concurrentie niet, wel integendeel. Het publiek moet immers nog warm worden gemaakt voor echt goede koffie. ‘Hasselt is onontgonnen terrein. Er is nood aan eenscene die moet worden opgebouwd, ook al is dat nogal een trendy woord. Als we met een paar mensen aan de kar trekken, gaat dat sneller dan wanneer je er alleen voorstaat.'

Enkele dagen voor de grote opening staat het zweet hem soms in de handen. Je stabiele job opgeven voor een onzeker bestaan als zelfstandige, het is niet niks. Zeker niet met twee jonge kinderen. ‘Soms word ik 's nachts wakker en bedenk ik hoeveel koffietjes ik zal moeten verkopen om uit mijn kosten te geraken', zegt Marc. Een berekening die hij liefst zo snel mogelijk vergeet. ‘Dan denk ik: kon ik de klok maar terugdraaien en weer in het magazijn gaan staan. Maar wat later is die vrees weer helemaal voorbij. Dan wil ik er weer helemaal voor gaan.'

Twee dagen later, op de laatste avond voor de grote opening, plaatst hij nog snel een mededeling op zijn Facebook-pagina. ‘Slapen doen we volgend jaar wel een keertje.' Enkele uren later zwaaien de deuren van King Kong open.

Epicentrum

De koffie-invasie van Hasselt lijkt een breder Belgisch fenomeen. Want ondertussen vind je de hippe zaakjes in zowat elk stadscentrum. De trend werd tachtig kilometer verderop gestart. Negen jaar geleden begon Rob Berghmans (44) een kleine koffiebar in het hart van Antwerpen: Caffènation. Geen frisdrank, bier, of broodjes. Wel koffie, chocomel, en huisgemaakte ice-tea. En een alternatief sfeertje met een hoek af. Zoiets had Vlaanderen nog nooit gezien.

‘Het duurde enkele jaren voor de mensen het adres gevonden hadden en de formule begrepen', zegt Rob, terwijl hij een kop Keniaanse filterkoffie opgiet. ‘Daarna was het hek van de dam. Het klantenaantal bleef maar stijgen, nu zit de zaak vaak overvol. Nochtans, toen we startten, werden we raar bekeken door de traditionele horecazaken. We zwoeren de gewone koffie af, we serveerden geen eten. En we zagen er ook anders uit. Wat eenfreaks, dachten ze. Maar ze hadden niet door dat dit wereldwijd een hit aan het worden was.'

Goede koffie is één ding, ‘maar een espressobar is méér dan koffie alleen', zegt Rob. ‘Het is een plaats waar je de krant leest, waar je met mensen afspreekt. Waarom gaan mensen op café? Dat verschilt amper van een koffiebar.'

Vanuit het pand in Hopland legde Rob de fundering van de koffiegolf die België nu overspoelt. Ondertussen begeleidt hij startende barista's van Luxemburg tot in Nederland. Meer dan 50 koffiebars hielp hij mee opstarten. 25 zitten er in de pijplijn. Bij de projecten die hij ondersteunde zijn King King Coffee en Shanti Beans in Hasselt, Zwart en Kolonel Koffie in Antwerpen, Kaffe-Ine in Mechelen, Labath in Gent. En dat is nog maar een beperkte bloemlezing uit de waaier.

Starbucks

Koffiepioniers krijgen tijdens hun opstart onbezoldigde hulp van Rob. Nadien voorziet hij ze van Caffenation's eigen specialty coffee. Want het bedrijfje is ondertussen ook een branderij geworden, gevestigd op het Antwerpse Eilandje. ‘De beste beslissing die ik ooit heb genomen', zegt hij daarover. ‘Terwijl ik vroeger in mijn zaak 200 mensen goede koffie kon voorschotelen, kan ik er nu duizenden mee laten kennismaken.'

De bonen worden zelf geselecteerd, aangekocht en gebrand. 25 ton het afgelopen jaar, terwijl dat twee jaar geleden nog maar 8 ton was. Want ondertussen springen ook ‘gewone' horecazaken op de koffie van Caffènation, zoals het sterrenrestaurant Het Gebaar in Antwerpen. Bovendien wordt er binnenkort gestart met onlineverkoop per abonnement. Zo krijgt de koffieliefhebber thuis wekelijks zijn pakje koffie in de bus.

Dat de Amerikaanse koffieketen Starbucks haar oog op ons land heeft laten vallen, maakt Rob helemaal niet ongerust. ‘Je kan een goede espressobar helemaal niet met een Starbucks vergelijken. Net zoals je een toprestaurant niet met een McDonald's kan vergelijken. Maar het zal wel een plaats hebben in de maatschappij. Als mensen warme melk willen drinken, of filterkoffie die naar teer smaakt, dan mogen ze zeker naar Starbucks gaan'.

Pikzwarte koffie

Het De Coninckplein, een beetje verderop. In een minimalistisch pand hanteert Isabelle Verschraegen (27) de pistons van de espressomachine van koffiebar Zwart. ‘Die naam betekent niet dat we absoluut geen melk gebruiken', zegt ze, terwijl ze een tekeningetje in het melkschuim van een cappuccino tovert. ‘Mensen hebben het vaak over het aantal soorten koffie in koffiebars. Terwijl het eigenlijk maar één soort koffie is, aangevuld met andere smaken. Met Zwart willen wij duidelijk maken dat je ook met zwarte koffie erg verschillende smaken kan tevoorschijn toveren. Grote koffies, zoals lattes, die maken we niet. Ook al vragen mensen er wel om.'

De baseline ‘Temporary Coffee Lab' geeft de opzet al weg: dit is geen permanente zaak. Zwart is een nevenproject van Isabelle en Roeland, beiden getrouwen van Caffènation. Het is een experimenteel laboratorium om hun concept rond zwarte koffie uit te testen. Na zes maanden gaat het licht weer uit.

Hoewel. De keet lijkt na drie weken al op weg om een succes te worden. ‘Het loopt beter dan we ooit hadden verwacht, zeker als je weet dat we geen reclame maken', zegt Isabelle. ‘En omdat we ook nog in Caffènation werken, moet dit niet per se opbrengen. Onze boekhouder komt overmorgen, maar ik denk ik dat we nu al uit de kosten komen.'

Een succesvol horecaproject beëindigen na een half jaar: het lijkt je reinste waanzin. En dat heeft Isabelle ook begrepen. Zoals het er nu naar uitziet, staat het duo over zes maanden voor een moeilijk dilemma: ermee stoppen en naar koffieplantages trekken, haar grote droom. Of de zaak voortzetten. Vandaag is het nog een vraagteken.

Zelfs een koffiebar die zweert bij zwart, trekt al snel een toegewijd publiek aan. Het mag dan ook niet verbazen dat andere, minder extreme espressobars in Antwerpen ook succesverhalen zijn. Hun aantal valt ondertussen niet meer op de vingers van twee handen te tellen.

‘Er gebeurt hier heel wat,' beaamt Isabelle. ‘En ze worden bijna allemaal gestart door mensen die vroeger zelf naar zo'n bar gingen. Ze vinden de sfeer er gezellig en bedenken dat ze dat ook wel willen doen.'

En er zou nog veel plaats zijn in Antwerpen. ‘Er moeten nog veel mensen van goede koffie worden overtuigd.'

Tweede golf

Niet alleen de getrouwen van Caffènation trekken aan de koffiekar. In Gentse Walpoortstraat opende drie jaar geleden Or Espresso. Een zaak die op een druilerige woensdagnamiddag overvol zit. De bar is zo succesvol dat er binnenkort een tweede vestiging opent in de Brusselse Dansaertstraat.

‘We hadden eerst onze branderij', zegt Katrien Pauwels (43). ‘Maar er was eigenlijk geen plek waar de koffie die we brandden op onze manier werd geschonken. Het stopte bij het branden, en we hadden geen vat op het eindresultaat. Dat was een punt van frustratie.'

Dus werd er met een koffiebar gestart in het hartje van Gent. ‘De mensen begrepen dat eerst niet. Ze zagen het als een tearoom waar je geen wafels kon eten.'

Het werd een succes, maar een succes dat door buitenstaanders vaak fout wordt ingeschat.

‘Deze zaak was sneller winstgevend dan gedacht, maar mensen maken al gauw je rekening. Wat een goudmijn, zeggen ze dan, omdat de zaak vol zit. Maar die zaak moét ook vol zitten! Want mensen zullen geen zes straten omlopen om bij jou koffie te komen drinken. Daarom moet je zorgen dat je je zaak op een goede locatie start. En die plaatsen zijn niet de goedkoopste. Ook het personeel is erg duur.'

Duiken er nu niet opeens te veel koffiebars op? Katrien denkt van niet. Ze dicht nieuwkomers als King Kong bovendien een succesvolle toekomst toe. ‘Je mag niet vergeten hoeveel cafés er zijn,' zegt ze.

En jongeren zouden bier steeds vaker inruilen voor een goede kop koffie. ‘Er is een vervanging aan de gang.'

‘Senseo is het absolute dieptepunt' Ooit was België een degelijk koffieland. ‘Dat kwam doordat hier zoveel branderijen waren', zegt Rob. ‘In 1978 had grootmoeder een handmatige molen, en een vers gebrande boon. En de koffie werd geschonken op een deftige manier.' Maar toen viel de vernieuwing stil. ‘Die branderijen worden van vader op zoon doorgegeven.' Waardoor hun koffie in 2008 op exact dezelfde manier werd geselecteerd en gebrand als in 1978. ‘En wat blijft er nu veertig jaar hetzelfde?'

Door dat gebrek aan innovatie nam het belang van de lokale branderijen steeds verder af. ‘Ze zuchten allemaal dat het niet meer is wat het geweest is. Maar ze hebben het aan zichzelf te danken. Ze hadden hun product maar sexy genoeg moeten maken.'

Ondertussen zagen de grote multinationals hun kans om in het gat te springen. ‘Sindsdien is het koffieverhaal steeds slapper geworden', vindt Rob. ‘De Douwe Egbertsen van deze wereld kwamen erop af, en ze gingen steeds meer inferieure kost serveren. Door in plaats van 5 procent robusta 10 procent in het mengsel te kieperen. En het jaar erop 15 procent. En 20. Uiteindelijk gingen ze er zelfs oude koffies in draaien. Daardoor gleed de kwaliteit zo sterk af dat een overstap naar Senseo heel makkelijk te maken was. En Senseo, dat is het absolute dieptepunt in de koffiegeschiedenis.'

Het is tegen die verslapping dat Rob wil vechten. ‘Wij willen starten waar grootmoeder in de jaren zeventig is gestopt, en willen het nog beter doen. We willen de koffie van dat niveau nóg hoger tillen.'

Terug